Kleine zilverreiger

Foto Willem de Wolf

Een sieraad voor het oog is het; de kleine zilverreiger. Geen alledaagse, maar wel een welkome gast in Gruttoland. Kleine zilverreigers zijn met minder dan honderd broedparen in Nederland zeker niet alledaags. Zijn grote broer – inderdaad de grote zilverreiger – is veel algemener en heeft de laatste decennia vaste grond onder Nederlandse bodem gekregen.

Foto’s: Li en Mi – Bennie van der Weide; Re – Douwe Struiksma

Sierveren op hoeden

In de 19e eeuw was het ronduit slecht gesteld met de kleine zilverreiger. De soort broedde vooral in Zuid-Europa, maar ook in Nederland. De sierveren die de vogels in het broedseizoen dragen, waren echter zeer in trek bij de vrouwelijke elite. De dames pronkten met de veren op hun hoeden. Voor dit doel werden grote aantallen zilverreigers afgeslacht. Hun veren vonden gretig aftrek en werden zelfs in grote hoeveelheden geëxporteerd naar Amerika. Dit leidde tot oprichting van de Bond tegen Vogelmoord. Het vervolg daarop was in 1899 de oprichting van Vogelbescherming.

Foto’s: Li – Douwe Struiksma; Mi – kleine zilverreiger in nestboom / Hans Peeters; Re – met gevangen rivierkreeft / Hans Peeters

Hervestiging in de Lage Landen

Vanaf 1900 is de kleine zilverreiger begonnen aan een langzame opmars vanuit Zuid-Europa naar het noorden. Vanaf 1994 zien we jaarlijkse broedparen in Nederland. In het begin vooral in de Oostvaardersplassen, het Deltagebied, met in het Quackjeswater de grootste kolonie. Daarna vestigde de soort zich voorzichtig op enkele Waddeneilanden, zoals Terschelling en Schiermonnikoog. Kleine zilverreigers zijn echte kolonievogels, broeden in bomen en zoeken graag aansluiting bij blauwe reigers. In Gruttoland is het slechts een passant in voor- of najaar. Waarschijnlijk zijn dit broedvogels van een van de Waddeneilanden of het Lauwersmeer.

Foto’s: Li – Jappie Seinstra; Mi – Lianne Otter; Re – Lubbert Boersma

Paspoort Kleine zilverreiger

Wetenschappelijke naam: Egretta garzetta

Friese naam: lytse wite reager

Herkenning: kleine spierwitte reiger, aanmerkelijk kleiner dan blauwe reiger; zwarte poten met gele of lichtgroene poten, in broedseizoen sierveren op kop, borst en rug; zwarte snavel, kan verward worden met koereiger, die echter een gele snavel heeft

Lengte: 55 – 65 cm; de grote zilverreiger meet 85 – 100 cm

Spanwijdte: 88 – 106 cm (grote zilverreiger 145 – 170 cm)

Geluid: zwijgzaam; in broedseizoen schorre kreten als blauwe reiger

Voedsel: visjes vooral stekelbaarsjes; amfibieën, insecten, ook kreeftachtigen, zoals garnalen

Gedrag: rent achter prooi aan, broedt in kolonies

Leefgebied: moerasgebieden met ondiep water en rivieroevers

Nest: bouwen takkennest in bomen, vaak in de buurt van blauwe reigers

Aantal eieren: 3 – 5, door beide ouders uitgebroed; 1 legsel per jaar

Broedduur: 21 dagen

Vliegvlug: verlaten na 30 dagen het nest, maar houden zich de eerste dagen in de boomkruinen in de buurt van het nest op; kunnen 14 dagen daarna vliegen

Trek: overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara

Voorkomen: broedparen rondom 100; winteraantallen 300 – 500 exemplaren

Gruttoland: passant

Foto’s: Li en Mi – Marten F. de Vries; Re – kleine en grote zilverreiger / Servan Ott

Foto boven Servan Ott; foto onder Willem de Wolf

Foto Willy Dikkers

Foto: kleine zilverreiger met blauwe reiger / Willy Dikkers

 

Deel dit bericht

Gerelateerde berichten

TWEELINGVOGELS

Tweelingvogels   Kleine strandloper / foto: Jappie Seinstra Twee soorten die zoveel op elkaar lijken, dat we ze tegelijkertijd behandelen.

Lees meer
Processing...
Thank you! Your subscription has been confirmed. You'll hear from us soon.
ErrorHere